Meneer van Zanten - Slapen

Het is koud op straat, de wind die giert
Mijn kraag hoog op weer niemand versiert
Het café te leeg, mijn hoofd te vol
Een hoop drank ik mijn kop, veel veel veel te hoge tol

Terwijl de regen de goten vult, bal ik de vuisten in mijn jas
Bang dat het nooit echt anders wordt, dat desillusie bij met past
Zou ik dan zo'n kerel zijn die eindigt op de straat
Waar het leven zicht intens beleefd maar geluk niet echt bestaat.
Whohohoho,

Ik wil het zien horen en voelen overal wil ik bij
Niets mag er zomaar wezen geen dogma's meer voor mij
Eindeloze strijdvaardigheid die mij het huis uitjaagt
In de armen van de eenzaamheid die moordend aan mij knaagt

Terwijl de regen de goten vult, bal ik de vuisten in mijn jas
Bang dat het nooit echt anders wordt, dat desillusie bij met past
Zou ik dan zo'n kerel zijn die eindigt op de straat
Waar het leven zicht intens beleefd maar geluk niet echt bestaat.
Whohohoho,

Maar vannacht wil ik graag schuilen, zwijgend bij jou zijn
Vluchten voor de ellende voor de wereldwijde pijn
Ik beloof je dat ik rustig ben buiten niet meer binnen laat
Een huis een boom een beestje als jij maar naast me staat

Ik hoop dat ik eindelijk slapen kan en wat rust krijg in mijn kont
Ik weet dat het nu anders moet zo is de cirkel rond
De kerel die ik nu moet zijn kijkt helder de wereld in
Samen met jou en de herinnering
Whohohoho,